Een nieuwe toegankelijkheid in de media – open brief aan Wouter Vandenhaute

Geachte heer Vandenhaute,

mag ik u vooreerst, weliswaar ruim te laat, feliciteren met de aankoop van TV-zenders VT4 en VijfTV door uw holding?  Het verdient bewondering dat een man, ooit begonnen als medepresentator van  “Het huis van wantrouwen”, erin geslaagd is weinig meer dan een imperium uit te bouwen in het Vlaamse medialandschap.  U organiseert  tegenwoordig (mee) de belangrijkste Vlaamse wielerklassiekers en durfde aan om en passant enkele heilige huisjes te slopen, omdat u (naar ik aanneem) oprecht overtuigd was van het belang van verandering voor het overleven van deze klassiekers.  U richtte een weekblad op dat – let’s be honest- de concurrentie met Humo moest aangaan, moest na 30 edities de stekker eruit trekken, en kocht u samen met uw bedrijf een paar jaar later gewoon voor bijna de helft in bij Humo.
En dan alle programma’s die de laatste 15 jaar onder het Woestijnvis-label op het Vlaamse televisiepubliek werden losgelaten via het slim bedongen exclusiviteitscontract met de VRT, en die ondertussen zonder meer deel geworden zijn van het culturele geheugen van Vlaanderen: deze waren niet mogelijk geweest als u niet samen met enkele compagnons de route de moed had gehad om een productiehuis op te richten waar vrije geesten hun gang konden gaan.
En in 2011 volgde de voorlopige kers op de taart: een eigen televisiezender.  De stap van “elke avond enkele programma’s de naam Woestijnvis waardig” naar een volwaardig programmaschema van hetzelfde niveau is bijzonder groot, maar u durft het risico aan.

Toen doordrong dat de aankoop van VT4 en VijfTV als logische consequentie met zich meebracht dat alle Woestijnvisprogramma’s naar de nieuwe zender zouden verhuizen, al dan niet in een aangepaste gedaante, kreeg ik het wel even benauwd.  U moet weten, als dove man die -rotwoord, maar het is wel zo- afhankelijk is van ondertiteling, betekent de verhuis van die programma’s naar een commerciële zender die geen wettelijke verplichting (en tot op heden zelfs amper een aanzet) heeft tot ondertiteling, weinig minder dan een mogelijke ramp die zich in de toekomst zou kunnen gaan afspelen: geen Man Bijt Hond meer.  Geen Slimste Mens.  Geen De Rechtbank.  Geen Scheire en de Schepping (nog maar één aflevering van gezien, en nu al fan!).  Geen God en Klein Pierke.  Geen Meneer Doktoor.  Geen Basta.  Geen Van Vlees en Bloed.  Geen Parelvissers.  Geen Neveneffecten… De lijst is ontstellend lang.

Meneer Vandenhaute, in Vlaanderen is op dit moment 1 op de 10 inwoners in meer of mindere mate slechthorend of doof, en dat zal er de komende jaren met de veroudering van de bevolking en het excessieve gebruik van draagbare muziekspelers, niet op verbeteren.  Da’s een pak mensen voor wie televisie kijken niet altijd even evident is.  De Vlaamse overheid erkent in haar regeringsverklaring de nood aan en het recht van deze mensen om op een gelijkwaardige manier van televisie te kunnen genieten.  Ze hebben de nodige stappen ondernomen zodat de VRT binnen afzienbare tijd zo goed als 100% toegankelijk zal zijn voor doven en slechthorenden.  De andere zenders zijn jammer genoeg nog niet zo ver, om niet te zeggen gewoon nergens (dat halfslachtige ondertitelen van al te zware accenten verhelpt daar weinig aan).  In Vlaanderen schoven dus zonder twijfel heel wat slechthorende en dove mensen ongemakkelijk in hun zetel heen en weer bij het voor u heuglijke nieuws van de aankoop van VT4 en VijfTV.

Natuurlijk, toegankelijkheid kost geld.  Economische motieven spelen bij de keuze voor of tegen bepaalde investeringen hun belangrijke rol, maar mogen niet zaligmakend zijn.   En ik heb dit argument, zeker bij commerciële zenders, nooit goed begrepen:  de investering in toegankelijkheid leidt logischerwijze juist tot méér kijkers, en dus meer opbrengsten uit reclame.  Zeker bij Woestijnvisprogramma’s die bij de VRT los over het miljoen kijkers gingen, zou de investering in toegankelijkheid, hetzij met ondertiteling, hetzij met Vlaamse Gebarentaal, hetzij met audiodescriptie voor blinde en slechtziende mensen, zichzelf juist moeten terugverdienen.   In deze waanzinnig snel veranderende technologische samenleving kan tegenwoordig heel veel, en u kan daar met uw nieuwe zender het voortouw in nemen.  Voor een al bij al vrij beperkt aandeel in de totale kost (anderen kunnen dat waarschijnlijk beter voor u berekenen dan ikzelf), kan u misschien wel zorgen voor de eerste écht toegankelijke televisiezender.  Is dat niet het overwegen waard?  Daarbij zou er dan oog zijn voor maximale ondertiteling voor het gros van de slechthorende Vlaamse bevolking, maar ook voor toegankelijkheid van de belangrijkste programma’s door het gebruik van tolken Vlaamse gebarentaal en door audiodescriptie voor blinde en slechtziende mensen.  Voor elk van deze groepen, maar zeker voor de Vlaamse Dovengemeenschap, zou dit een immense erkenning zijn van hun intrinsieke waarde als mens, én hen in staat stellen om zonder frustraties van hun favoriete televisieprogramma’s te genieten. En wie weet, met misschien binnen enkele jaren de kans voor enkele dove mediatalenten om via uw zender een eigen programma voor en door doven te maken, naar analogie van het Engelse “See Hear”?

Met vriendelijke groeten,

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder allerlei

R.E.M. quits. Een herinnering.

Ik moet ongeveer 16 geweest zijn.  Doof zijnde, had ik me tot dan geen zier aangetrokken van muziek.  Oké, enerzijds was er dan wel de schaamtelijke uitzondering van “Tien om te Zien”, aangezien ouders en broer daarnaar keken en ik niet beter wist, en anderzijds was er ook wel de iets minder schaamtelijke platenkast van mijn vader, met de rode van de Beatles en de verzamelaars van Simon & Garfunkel en van Boudewijn de Groot, maar ook met veel verschrikkelijke hoezen met panfluitspelers en Duitse titels waar elke rechtgeaarde horende of dove puber instinctmatig een bloedhekel aan heeft). Zoveel jaar later kan ik me de beelden en geluiden van Silvy Melody (De wenende telefoon! Het belachelijke roze jurkje!), Willy Sommers (met Bea! Met Anne!), Bart Kaëll (de Marie-Louise!) helaas nog veel te goed voor de geest halen. Trauma.  Ik ging in die tijd naar een “gewone” school (lees: er werd gesproken. Gebarentaal kende ik toen nog lang niet), en de schoolpauzes, avonden, weekends en vakanties werden volgepropt met een heleboel activiteiten waar vooral niet te veel communicatie voor nodig was.

Maar kleine kinderen worden groot, en mijn vrienden kregen steeds meer interesse voor heuse groepsgesprekken over allerhande puberteitsperikelen op de speelplaats, zoals die vermaledijde meisjes al die jaren voordien al deden.    En ik probeerde mee te doen.  Ik wist het eigenlijk al veel eerder, maar toen kon ik het nog wegstoppen achter sport en spel: tussen al die horende mensen kon ik niet mee. Identiteitscrisis, iemand?

Later is dat nog dik in orde gekomen, maar wist ik veel op dat moment.  Thuis groeide ik op in een zeer beschermende omgeving, met ouders die alles deden wat in hun mogelijkheden lag om mij het gevoel te geven dat ik erbij hoorde.  Op school ging alles ook allemaal vlot: fijne vriendjes om mee te spelen, verslaafd aan lezen.  Een broer die ik als speelgoed kon gebruiken. Accepteren dat de leerkracht begrijpen er soms niet in zat, en het dan maar op mijn ééntje studeren.  Everything was fine.  Tot ik dus 16 werd.

Onnodig te zeggen dat ik toen best een harde tijd meemaakte, vol zelfmedelijden en bij momenten vast ook wel wanhoop. In die tijd had ik één goede vriend bij wie ik mijn hart kon uitstorten (en nog steeds, zoveel jaar later).  Maar ik kwam er niet echt mee verder.

Op één of andere – in mijn herinnering zonnige- dag lag ik thuis in de TV wat heen en weer te zappen.  Digitale TV was toen nog onbestaande, en namiddagprogramma’s waren vaak heel wat slechter dan nu. Kwam ik op MTV terecht, waar net een videoclip (jaja, toen zonden ze op MTV nog videoclips uit!) opstartte.  En, ongezien in die tijd, het leek wel ondertiteld.  Het was de clip van Everybody Hurts.  Ik kende R.E.M. al van naam door rondslingerende CD’s van hun albums “Automatic for the People” en “Out of Time” in het klaslokaal, maar verder zei die groep me helemaal niets.  Ik raakte gefascineerd en bleef verder kijken tot de clip opnieuw tevoorschijn kwam (in tussentijd kreeg ik een korte cursus “muziek uit het begin van de jaren ’90” erbovenop).  Het begon me te dagen dat sommige regels wel degelijk overeenkwamen met de klanken die ik hoorde, maar bij andere klopte er schijnbaar dan weer geen jota van.  En dat frustreerde.  Niet veel later vroeg ik dan ook aan die ene bijzondere vriend of hij de tekst niet eens wou opschrijven voor mij.  Hij heeft dat gedaan, en ik zette me opnieuw voor de televisie (mijn CD-collectie was op dat moment beperkt tot Tien om te Zien Deel 3 en 4.  Of iets even macabers, dus moest ik wel wachten op de TV).

Ik werd geraakt zoals ik niet wist dat muziek iemand kon raken.  En het ging over mij.  Die tekst, samen met die melodieën die ik na enkele keren beluisteren steeds beter kon vatten, haalde me helemaal ondersteboven.  De eerste regels trokken me al mee, en het bleef maar duren.

When the day is long. And the night,
the night is yours alone.
When you think you’ve had to much
of this life, well hang on.

Het was het prille begin van zoeken.  In pre-internet- en iPhone-tijden zat er niets anders op dan de CD te gaan kopen met de zuurverdiende spaarcenten, nadien naar de bibliotheek te trekken in de hoop er de teksten aan te treffen in de videotheek. Wat meestal niet het geval was.  Het bleef frustreren, en al gauw bloedde de liefde een beetje dood (want R.E.M. stak toentertijd geen songteksten bij hun CD, tot mijn grote onbegrip). Ik hield me toen maar bezig met de andere muziek te ontdekken (want mijn interesse in wat muziek kon doen was toen wél gewekt), wat een chaotische bedoening werd van liedjesteksten zoeken in de map van mijn gitaarspelende vader of in de bibliotheek – afdeling songboeken, ze te lezen en al dan niet goed te keuren, om pas daarna de bijhorende muziek te gaan zoeken in de bakken van de uitleendienst van de Mechelse bibliotheek.  Volgens mij een heel rare manier van muziek leren kennen, en het gevolg was dan ook een totaal ongestructureerde geschiedenis van de muziek, gaande van Aretha Franklin, Otis Redding, the Sax Recordings, Neil Diamond (Jonathan Livingston Seagull!) over de Eagles, Crowded House, Boudewijn de Groot en Bob Dylan tot helemaal bij ABBA (nog altijd is Super Trouper mijn ga-uit-de-bol-nummer) .  En ik bleef kijken in de bakken of de teksten van R.E.M. al beschikbaar waren. Quid non.

Dan maar naar de universiteit, waar die R.E.M.-interesse in de computerzaal van de faculteit Wetenschappen opnieuw begon op te bloeien.  In die zaal was het nieuwe interwebspeeltje dat algauw de wereld zou veroveren zomaar vrij te betreden.  En via de toenmalige summiere zoekmachine had ik in een mum van tijd de teksten gevonden.  Van alle CD’s die tot dan toe uitgekomen waren. Onnodig om te zeggen dat ik toen toch een paar lessen gebrosd heb.  “Losing My Religion” of “Cuyahoga” proberen te ontcijferen leek me stukken interessanter dan Differentiaalmeetkunde.  Het gaat te ver om te zeggen dat R.E.M. ervoor gezorgd heeft dat ik grandioos gebuisd was in mijn eerste jaar Natuurkunde aan de unief, maar dat het me meer van de cursussen heeft weggehouden dan gezond was, staat buiten kijf.  En ik wou ze zien.

Mijn wens werd verhoord toen Michael, Peter, Mike en Bill neerstreken op Torhout-Werchter in het kader van hun Monster-tournee.  Ik stond veel te ver achterin (want wou ook The Cranberries zien. Zombie, weetuwel, dat liedje dat ondertussen als oorwurm in de plooien van de geschiedenis verdwenen is), had geen idee wat ze speelden (want was de vrienden met wie ik gegaan was in de massa kwijtgeraakt. En het was überhaupt veel te donker om te kunnen zien wat ze zeiden daar in het midden van de wei.  Next times should be better. And they were. ’99 (de gietende regen! de continue bliksem! de extra lange setlist! Mike en Michael die de regen ook opzochten!) was al beter wegens dichterbij en vrienden in de buurt die heel wat liedjes kenden, en de daaropvolgende vijf concerten ben ik op voorhand met de nodige dosis lef (en ook dankzij het lef van een vriend, die eerste keer in Amsterdam) aan de setlists geraakt voor de start van het optreden.  Onnodig te zeggen dat het heerlijke ervaringen waren, met alle teksten op voorhand thuis uitgeprint en op volgorde in een map gestoken, kwestie van zeker het hele concert méé te hebben.  Klinkt angstaanjagend, nee?

Het deed me dan ook pijn te merken dat de grote massa niet meer volgde.  Sommige CD’s waren maar matig, oké (remember Reveal), maar welke groep had nu geen uitschuivers?  Mijn missioneringsdrang nam waarschijnlijk bij momenten onrustwekkende proporties aan (als mensen na zoveel jaar op facebook zeggen dat het eerste waar ze aan dachten toen ze hoorden dat R.E.M. ermee opgehouden was, bibi was, dan is dat wel even slikken), maar het was sterker dan mezelf.  Ik kende (en ken nog steeds) geen enkele band die zulke mooie melodieën en teksten met elkaar in harmonie kan brengen.  Enfin, de wereld volgde misschien niet meer, maar voor mij bleven ze dé band.  Dat nam echter niet weg dat de melodieën de stemmen soms flink in de weg stonden.  Schitterende melodieën als Flowers of Guatemala en Me in Honey bleven (wegens ook nooit live gespeeld als ik erbij was) voor mij een prachtige melodie zonder tekst, tot YouTube aan de beurt was om het internet te veroveren.  Amateur- en professionele opnames van optredens in HongKong of Milaan lieten me toe om voor het eerst ook deze laatste missing links in hun oeuvre in te vullen.  De cirkel was rond.

En vorige week heeft R.E.M. beslist dat ook voor hen de cirkel rond is.  Het ga hen goed. Bedankt.

2 reacties

Opgeslagen onder muziek

Nieuw leven

Binnenkort zal het weer zover zijn, en is het gezinnetje hier ten huize een klein meisje rijker.  Vier vrouwen (don’t forget the dog!), ben eens benieuwd wat dat gaat geven.

En dat na een verhuis. Naar Limburg, godbetert.  En met het vooruitzicht op een nieuwe job die start in november.  En wel hier.

 

En vanbinnen ziet het er zo uit.  En de collega’s die ik heb ontmoet, zijn al meer dan dik oké.

Geef toe, ik had het erger kunnen treffen met mijn nieuwe leven. Hoera!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder M'n job(s)

R.E.M. calls it a day. Damn.

Na 31 jaar en 15 albums, stopt de groep waarmee mijn muzikale opvoeding een aanvang nam, met R.E.M. te zijn.  Later schrijf ik misschien nog wel één of ander in memoriam, maar nu zou ik niet weten hoe ik mezelf moet uitdrukken. Sta me toe nog even te willen bekomen.  Toen ik het nieuws gisteren vernam, begon mijn hoofd zich te vullen met alle melodieën en teksten die de voorbije jaren zoveel voor mij betekend hebben.  Hierbij een poging tot Top-15. Dames en heren, ziehier mijn eigen persoonlijke liedjeshitparade.   Enjoy.

15. Parakeet (uit Up)

14. Electrolite (uit New Adventures in Hi-Fi)

13.  Disturbance at the Heron House (uit Document)

12.  Cuyahoga (uit Life’s Rich Pageant)

11. Living Well is the Best Revenge (uit Accelerate)

10.  Begin the Begin (uit Life’s Rich Pageant)

9.  Me in Honey (uit Out of Time)

8.  Sitting Still (uit Murmur)

7.  Überlin (uit Collapse into Now)

6.  Electron Blue (uit Around the Sun)

5. King of Birds (uit Document)

4. Losing My Religion (uit Out of Time)

3.  So. Central Rain (uit Murmur)

2. World Leader Pretend (uit Green)

1.  Nightswimming (uit Automatic for the People)

En, voor sommigen onder ons: hetzelfde liedje, maar in ASL.  Enjoy!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder muziek

Roosje

Ook met verbazing naar de heisa gekeken rond een reportage van de RTBF over Marie-Rose Morel?  Voor wie niet op de hoogte is: klik hier.  De RTBF wordt verweten op een partijdige en mensonwaardige manier gekeken te hebben naar de begrafenis van mevr. Morel, ex-Vlaams Belangpolitica en onlangs overleden aan kanker en voorbije zaterdag begraven in de Antwerpse kathedraal.  Enfin, begraven, een begrafenismis gekregen.

Ik moest er toch even over nadenken.  De voorbije maanden, toen duidelijk werd dat Marie-Rose Morel de strijd tegen de voortwoekerende kanker definitief verloren had (de hoop op een medisch mirakel niet te na gesproken), leek het land zich voor te bereiden op een rouwfase: roddelboekje na kwaliteitskrant besprak de moedige strijd van “Roosje” en haar politieke verleden deed ineens niet meer ter zake.  Diezelfde media hebben haar echter ook jarenlang duidelijk benaderd vanuit haar extreem-rechtse sympathieën.  We moeten een kat een kat noemen: mevrouw Morel wàs xenofoob.  Het feit dat ze jarenlang binnen de partij, tot in de hoogste organen, functioneerde, bewijst dat voldoende.  Ze had behoorlijk rechtse ideeën.  En voor het verhaal van de kanker de buitenwereld bereikte (in twee delen zelfs, toen bleek dat het venijn zich tijdens de eerste behandeling kranig had geweerd) plaatste ik Morel evengoed waar ik met velen vond dat ze thuishoorde: ergens achterin in mijn geheugen, geklasseerd bij “niet geschikt om op te stemmen”.

En toen had het beest haar te pakken en bleek heel duidelijk voor ons, Vlamingen, de uiteindelijke relativiteit van het politieke bestaan: het is een méns, verdorie. Weliswaar één met volgens mij weerzinwekkende ideeën, maar de dood is een categorie waar weinig tegenop kan.  We leefden dus allemaal een beetje mee bij het lezen over haar lijdensweg en de strijd om haar kinderen.  En zelfs Frank Vanhecke, nota bene de voorzitter die het Vlaams Belang geleid heeft tijdens haar hardste, meest extreem-rechtse campagnes (de bokshandschoenen, iemand?)… zelfs hij wordt opeens, behalve politicus, een mens.  En met mensen die lijden kan men meestal niet anders dan meeleven.

En dat is meteen ook de reden waarom er zoveel heisa is rond de RTBF-reportage.  En het illustreert eigenlijk ook hoe ver onze leefwereld afstaat van die van onze franstalige landgenoten.  Want zij hebben in hun boekskes en kranten geen aandacht aan haar niet-politieke leven besteed. Dat doen wij zelf ook amper bij de franstalige politici.  Ik heb nog nooit het interieur van een Waalse politicus vanbinnen gezien (remember Rik Daems met zijn protserige villa) of een gedetailleerde niet-politieke levensgeschiedenis onder ogen gekregen over deze of gene gestorvene politicus bezuiden de taalgrens.  Wel een korte politieke biografie, af en toe ook wat beelden op TV als het een héél belangrijke meneer of mevrouw was.  Maar of ze aan kanker dan wel aan ouderdom of verveling gestorven zijn, en of ze een zware vechtscheiding of een prinselijk leven achter de rug hebben… vaak maar enkele lijntjes in de marge waard in onze kranten (en al helemaal niet in onze boekskes die bol staan van bleke artiesten en hun persoonlijke miserie of geluk).

We maken ons dus eigenlijk druk om iets dat niet te vermijden valt, in een bijzonder land met twee culturen die elkaar gewoon niet meer willen leren kennen.  Wie leest hier de Paris-Match?  La Dernière Heure? Kijkt wel eens naar Le Journal of zelfs maar naar le Week End Sportif op de RTBF?  Mag ik denken dat het een minderheid van jullie betreft?  Vanuit hun standpunt,maakt het privéleven van Marie-Rose Morel dus maar weinig uit, voor hen gaat het om de politica.  En op dat vlak waren ze denk ik best wel correct, behalve dan wat het verzwijgen/vergeten betreft van het feit dat ze in onmin leefde met de huidige partijtop.

Je zou eventueel wel kunnen aankaarten dat die reporters beter hadden moeten weten: zij worden geacht wél de media van het andere landsgedeelte uit te pluizen om op de hoogte te blijven van relevant nieuws.  Dat is dan wel waar, maar ze geven daarvan maar héél weinig door aan hun eigen publiek, waarschijnlijk grotendeels door economische motieven: de persoonlijke wedervarens van onze franstalige landgenoten interesseert ons te weinig, en verkoopt dus niet.  Of niet genoeg.  En ook reporters moeten naar hun broodheren luisteren.

En voor wie hieruit wil afleiden dat het daarom maar beter is dat we splitsen: deze discussie staat daar volledig los van (landen genoeg waar het samenleven van verschillende taalgroepen en culturen wel lukt. Zie Zwitserland).

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofische overpeinzingen, Politiek

Het is genoeg geweest

Vandaag erger ik mij rot.  En dat heeft met de polletiek te maken.  Het aantal dagen dat dit land al zonder verkozen en met volheid van bevoegdheden functionerende regering zit, is te beschamend om neer te schrijven. Eén dezer weken breken we het wereldrecord land-in-onderhandeling-zijn.  Serieus.

De voorbije jaren hebben we de gestage opmars van de NV-A mogen meemaken, en de verkiezingsresultaten van juni vorig jaar gaven hen een verdiende plaats aan de onderhandelingstafel. Langs Franstalige zijde (wat ook maar raar is, want wat dan met de Duitstaligen, ook al zijn die nog met zo weinig) maakten de resultaten de PS incontournable.  Maar om iet of wat staat hervormd te krijgen, is een meerderheid nodig van 66%.  Da’s veel volk, en dus moest een bont allegaartje van zeven partijen aanschuiven aan tafel.  Alle mogelijke kleuren van het politieke spectrum: rood, geel, groen, oranje.  Samen geeft dat naar ik mij herinner uit de kleuterklas, een soort strontkleur.

En dat is wat we stilaan voor onze ogen zien gebeuren… een strontgedoe.  Het hele politieke spel kan de mensen steeds minder boeien.  Alleen een paar onderhandelaars die bang voor hun eigen schaduw aan symbolengevechten doen die zo uit Don Quichot kunnen komen blijven noestig verder boksen, opgejaagd door een bloed ruikende persmeute (moest dat nu écht, die nota lekken? en moest er daarom per se over geschreven worden?).  Hun ideologie, en de angst voor hun achterban, verlamt beleidsmakers tot beleidsafwachters.   Als Van de Lanotte per koerier de langverwachte nota laat rondbrengen met de vraag om alstublieft tegen woensdagmiddag iets te laten weten, en dan laten slechts twee partijen voor dat tijdstip iets weten.  Het is een teken aan de wand. En uiteindelijk blijken slechts twee partijen bereid om er gewoon voor te gaan, na al dat zware en oh zo gevoelige aftoetsen, afbakenen, nuanceren en repeteren van de voorbije maanden.

Dan word ik boos.  Dan word ik woedend.  Op hen allemaal (behalve, ere wie ere toekomt, Groen, die de noodzaak en hoogdringendheid lijkt in te zien van de hele situatie en dus ook vrij snel gehoor gaf aan de oproep van Van de Lanotte.  SPa volgt de nota om evidente redenen), die polletiekers die wel zeggen te weten wat er onder hun kiezersvolk leeft, maar ondertussen vergeten dat er nog altijd véél meer mensen niet voor hen gestemd hebben.  Het mag zo bvb wel zijn dat de NVA in Vlaanderen bijna 28% van de stemmen haalde, ze konden in Vlaanderen dus ook 72% van de kiezers niet overtuigen. En op nationaal vlak in verhouding nog veel minder.  En voor de PS la même chose.

Waar halen ze verdorie het recht vandaan om de financiële toekomst van dit land op het spel te zetten?  We zijn voor zover ik me heb geinformeerd het enige, het énige land in de Europese Unie dat nog geen duidelijk en officieel plan heeft over hoe ze de crisis zullen aanpakken, bij gebrek aan bevoegdheden voor de huidige regering van lopende zaken.

Ik kan me prima voorstellen dat bepaalde partijen en strekkingen vinden dat dit land in haar huidige vorm niet functioneert zoals het zou kunnen en moeten.  Zoiets vraagt tijd om ideeën te laten rijpen, gedegen en onderbouwd denkwerk en vooral samen praten en aftoetsen met anderen, met respect voor diens standpunten. Zaken dus die in de politiek van de twintigste eeuw werden beschouwd als eigenschappen van een goed politicus.  En wat hebben we de voorbije 207 dagen zien passeren?  Onderhandelingen, lekken, angst voor de eigen kiezer (een kiezer die, als een regering gevormd wordt en haar termijn volmaakt, BHV in 2014 de plaats heeft gegeven die ze verdient in de geschiedenis, nl. die van voetnoot) en hopen gesprekken in alle vormen en maten.  Met sinds september één constante: nooit met alle zeven partijen samen rond één tafel.

De tactiek van Van de Lanotte was er één van die twintigste eeuw.  Ze heeft blijkbaar niet gewerkt, want partijen blijven bang.  En dat is niet voor te stellen, want in de Wetstraat is vier jaar een eeuwigheid.  Ik weet best wel dat bij al die partijen grote ideologische motieven meespelen en dat het de NV-A zogezegd (tot grote verbazing van Di Rupo, zo las ik in de gazet) niet echt om de macht te doen zou zijn, maar om de verandering.  Maar die verandering die zij willen, is te hoog gegrepen voor de geesten in Wallonië.

En veel stemmen gaan ze in 2014 niet verliezen aan het feit dat ze bepaalde zaken niet hebben kunnen waarmaken.  In 2014 worden de verschillende partijen afgerekend op hun resultaten op het vlak van sociale zekerheid, justitie en het op orde krijgen van de financiële huishouding van dit land.  En dat ze er nu niet mee afkomen dat het net die huishouding is die het allemaal zo moeilijk maakt.  Ze hebben al veel te veel dagen de kans gekregen om er zoveel mogelijk uit te halen (en het vaak nog gekregen ook!).  En die ideale staat die al die partijen willen, die komen wel, na nog twintig staatshervormingen.  Nu mag ook, maar dan vooruit met de geit, verdomme!

Dat ze daar eens akte van nemen en een keuze maken.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofische overpeinzingen, Politiek

Allerheiligen

Vanmiddag toen het gezin terugkwam van een bezoekje aan Isobels boom in het geboortebos, zag ik een behoorlijke hoeveelheid mensen zich klaarmaken om het kerkhof te betreden, al dan niet vergezeld van een kleurrijke chrysant. Veel mensen voelen zich vandaag blijkbaar verplicht om het graf of de urne te bezoeken van deze of gene vergane maar niet vergeten familielid.

De laatste keer dat ik een nabij familielid verloor, was ik zeven. De vader van mijn vader stierf na een hersentumor. De laatste twee herinneringen die ik van hem heb zijn die van ons vakantiehuis in Spanje, waar hij met de ambulance werd opgehaald om terug naar België te reizen. Ik zie het merk en de kleuren nog voor me: een in-die-tijd-hypermoderne, met felgeel overgoten Mercedesracekar met een passagierszetel met uitzicht op het hoofd van mijn grootvader, waar mijn grootmoeder plaatsgenomen had. De auto zat volgens mij wel helemaal onder het stof, zoals bij alle auto’s in Spanje het geval is.

En daarnaast ook die ene keer toen we hem later in het ziekenhuis bezochten, en zijn hoofd duidelijk de tekenen droeg van een ingrijpende operatie. Het heeft uiteindelijk dus niet mogen baten, want op een dag moet ik in de kerk hebben gezeten tijdens de (voor mij zonder twijfel wegens dat ik er geen bal van verstaan moet hebben – excusez le mot – doodsaaie) mis en even nadien bij het graf hebben gestaan. En de koffietafel. En mijn grootmoeder die het daarna moeilijk gehad moet hebben.  Maar daar herinner ik me dus niets meer van.

Twee gebeurtenissen zijn me bijgebleven en werden met de tijd vage herinneringen, en de rest verdween. Maar als ik aan hem denk, zie ik hem wel voor me.  En dat is genoeg.

Ik weet nog, toen ik een kind was wiens leven uit “waarom”-vragen bestond, dat ik geloofde dat er hierboven iets was waar mijn grootvader naartoe ging. Een soort hemel, met gouden lepels en rijstpap, zoals ik eens gelezen had en dat ik ervoer als een groot probleem, want ik lustte helemaal geen rijstpap.  Op de lagere school had ik ooit bij een opdracht in de les godsdienst (“Teken God zoals hij er voor jullie uit zou kunnen zien”).  Alle klasgenoten tekenden een man met een vooral zo lang mogelijke baard (ah, ja, oud hé, die God), een gouden aureool boven zijn hoofd, en blote voeten, residerend op een wolk.  Alle klasgenoten, behalve twee. Die moslimmeisjes tekenden de lucht: blauw, met wolken.  Ze zaten er het dichtstbij als ik erover nadenk.  Die leerkracht zou trouwens eigenlijk ontslagen moeten worden door de kerkelijke instanties, Gods uitspraak dat het maken van zijn beeltenis verboden is, indachtig. Maar die hebben nu vast wel iets anders aan hun hoofd.

Nu denk ik al een tijdje dat er geen God is. Dus mijn grootvader is waarschijnlijk niet naar de hemel.  Maar hij leeft wel verder. In mijn genen.

Sinds ik aan de unief met moraalwetenschappen mijn tijd doodde, ben ik gaan inzien dat wij mensen een product zijn van een heel lange en prachtige evolutie.  Er is helemaal geen God nodig om te verklaren hoe wij hier gekomen zijn.  En ik vind het zelfs mooier dat het zo is.  Bij elke generatiesprong worden de genen van de beide ouders doorgegeven.  Voor wie het nog niet wist: genen zijn de bouwstenen van ons lichaam, die onze haar-, oog- en huidskleur bepalen, de werking van onze organen regelen, voor een gedeelte ons karakter bepalen en ons uiteindelijk maken tot wie we zijn.  Daardoor heeft iedereen een uniek DNA (behalve bij één-eiige tweelingen). Bij de mens is dat mooi verdeeld over mama en papa: ieder vijftig procent.  Al die duizenden jaren lang hebben een mannetje en een vrouwtje elkaar gevonden, (minstens) één keer goed van katoen gegeven, en een kind ter wereld én grootgebracht…  elke keer gaat er een stukje van de voorouders mee.

En ik draag een kwart van mijn grootvader met me mee, vanbinnen. Is dat niet veel mooier dan rijstpap en grafstenen bezoeken?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder allerlei