Categorie archief: the noble art of writing

je ligt te slapen
bij het ontwaken
van de dag.

Je hart klopt de tijd
tot licht.
Ik doe de ramen
open, adem de schemer
uit je mond.
Ik zie wat jij
niet ziet. De winter
breekt aan.
Je bent te vroeg
gewekt. De slaap had
tot de lente moeten duren.
Bart, 31/5/2014

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder the noble art of writing

Oude gedichten roesten niet…

Vroeger, in een verleden waar verveling tot nadenken stemde, schreef ik af en toe wel eens een gedicht.  Zoals het de echte dichters betaamt, blijken enkele jaren na datum de meeste gedichten rampzalig slecht, maar de paar die er mogen zijn, mogen er dan ook wel écht zijn.  Denk ik, men mag mij corrigeren als ik het bij het verkeerde eind heb.  U moet weten, sinds dit jaar schrijven mijn moeder en ik in een soort heen-en-weerschriftjes allerlei bedenkingen en ervaringen neer.  Mijn moeder heeft duidelijk meer tijd, want slaagde erin om zowat elke dag van januari een pagina vol te schrijven in haar schriftje.  Ik loop ver achter en heb wat goed te maken.  Maar om een verhaal kort te maken: in haar schriftje had mijn moeder het over een oud gedicht van mij dat zij op mijn oude weblog was tegengekomen.

Ik moet zeggen, het was me volledig ontglipt.  Dat ik die oude website nog ergens liggen had in een schuif op het internet, en dat ik dat gedicht (en nog enkele andere die ik daar zonet herlas) ooit zelf nog had geschreven.  In de beginjaren, moet u weten, gebruikte ik papier.  Ik nam een pen, ging op mijn bed of (in de zomer) in de tuin zitten, en schreef over wat me bezighield, of over waar ik op dat moment toevallig aan dacht.  Het resultaat was meestal een blad vol doorhalingen, inktvlekken en redelijk onleesbaar geschrift.  Ik schreef de pennenvrucht dus over op een proper blad, en stak die allebei in een ringmap.  De twee mappen vol klad- en propere bladen heb ik boven nog op zolder liggen. Slecht. Maar slecht!

Later, toen ik mijn eerste weblogs in elkaar begon te steken, schreef ik nog wel op papier, om nadien echter het resultaat wereldwijd bekend te maken en het kladje in de vuilnisbak te kieperen.  Het scheelt niet veel, maar dat gedeelte van mijn poëtisch verleden was ik dus bijna kwijt.

Tot mijn moeder op God weet welke manier daar terechtkwam.  Bedankt, ma.

Ik plaats hier in een licht melancholische bui twee van mijn oude brouwsels.  Laat me maar weten wat u ervan vindt.

ode aan… (24/02/2005)

Als de dag de nacht opzijzet
en de leeuwerik ontwaakt
en de bergen worden heuvels,
als jouw blik de mijne raakt,

dan speel ik met je tranen,
proef het zilt van je verdriet,
bekijk je gouden engelharen,
en zie wat niemand anders ziet…

Ik doe mijn best jou te doorgronden
en het moment is dan daar:
als de sneeuw licht in het donker
is er niet langer gevaar.

Als je in mijn armen wegkruipt
en jouw benen om mij draait,
als je je spanning kan laten
en je niet langer meer schaamt…

dan is het tijd voor samen praten,
dan is het tijd voor samen zijn.
Dan mag je best wel steken laten,
je zal er niet minder door zijn.

Zonder titel (1/04/2005)
Vergeet je ogen niet te sluiten,
laat je ademhaling gaan,
Huil de tranen maar met tuiten,
laat je stem maar overslaan.

Laat het allemaal maar lopen,
schreeuw je woede maar goed uit,
je hoeft niet langer meer te hopen,
je hoeft niet steeds opnieuw vooruit.

Ween maar om verloren uren,
die je gewoon maar zat te zijn,
waarbij de lege kamermuren,
getuige waren van je pijn.

Je mag je kussens best natmaken,
je hoeft niet langer sterk te zijn,
je mag best schreeuwen van de daken,
gedaan met opgekropte schijn.

Maar het zal banaal aflopen,
het hoeft niet bijzonder te zijn,
het is de tijd die je zal dopen
in glaasjes water gemengd met wijn.

2 reacties

Opgeslagen onder the noble art of writing

Halfweg

Het is verdorie een goed boek.  Alleen is het mijn eigen fout dat ik er niet rapper in vorder, maar dat is niet erg: na elke avond een huishouden te runnen (lief is zwanger en na haar lànge werkdag heeft ze dus wat rust verdiend), De Morgen te lezen en De Slimste Mens ter Wereld te begapen (jammer dat Bart De Wever eruit is.  Loved him. Maar voor hem stemmen blijft tot nader order uitgesloten) blijft er niet echt veel tijd over om te lezen.  Daar moet ik dit weekend iets aan doen, tussen het verbeteren van de examens van mijn studentjes in.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder the noble art of writing

De Mythe

Ik was zonet vanuit de stoel waarin ik nu zit naar mijn boeken aan het kijken, en vroeg me af welk van hen binnenkort het herlezen nog eens waard zou zijn, als ik die turf van Littell uitgelezen heb (duurt nog wel even). Kwam er vrij snel uit. Vroeg me af of de tekst op het internet zou staan, voor de luiwammessen onder ons wiens nieuwsgierigheid gewekt is. En zie!

Het is één van de belangrijkste boeken uit mijn leven geweest. Albert Camus’ “De Mythe van Sisyphus”.  Helemaal gratis op  het web te vinden, blijkbaar! Daar moet ik straks nog wat verder rondneuzen.

En tenslotte vanavond naar een hopelijk zeer boeiende vergadering. Wat een fijne dag!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Ethica, the noble art of writing

Les Bienveillantes


Sinds eergisteren ben ik dankzij Elke in het bezit van bovengenoemd boek dat de Franse literatuur in 2006 flink doorheen schudde, maar dan wel in de Nederlandse vertaling. 100 bladzijden ver, en elke pagina lijkt wel een mokerslag.

Het boek, 970 blz. droog aan de haak, vertelt het verhaal van Max Aue, Öbersturmführer bij de SS en diens ervaringen tijdens de tweede wereldoorlog, waar hij werd ingezet bij de massale executies op joden en andere zogenaamd subversieve elementen in Oekraïne en Rusland (en naar ik aanneem waarschijnlijk nog op heel wat andere plaatsen, maar zover zit ik nog niet in die turf).

Wat dit boek anders maakt dan andere boeken, is op de eerste plaats natuurlijk het gezichtspunt (behalve Edgar Hilsenrath’s De Nazi en de Kapper ken ik geen roman die WOII benadert vanuit het oogpunt van de bad guy). Alleen is de slechterik hier heel wat meer dan een enkel maar een slechterik.  Max Aue is een man met gevoelens, twijfels, angsten en nachtmerries, net als het gros van de andere Duitse soldaten die aan de moordpartijen deelnamen. Een man die in het begin, diep vanbinnen, wil weglopen van alle horror, maar vanuit een volks-plichtsbewustzijn ook maar gewoon doet wat hij denkt te moeten doen.  En aldus, haast onmerkbaar, in steeds diepere shit (zelfs letterlijk) terechtkomt.  De titel verwijst dan ook naar deze mensen, deze welwillenden.

Het boek geeft tot nu toe, een erg ongemakkelijk gevoel.  En ik vrees dat het niet zal beteren.  Jonathan Littell laat het hoofdpersonage erg diep kijken.  Voor sommige lezers waarschijnlijk net wat te diep. De schrijver laat Aue dit ongemakkelijke gevoel al diep in de huid van de lezer persen in de inleiding: “Ik leef, ik doe wat ik kan, zo gaat het met iedereen, ik ben een mens zoals andere mensen, ik ben een mens zoals u. Ja toch, ik zeg u: ik ben net als u!”.

Ik zei het al. Een mokerslag.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder the noble art of writing