#geenpretjezondertolk

Sinds enkele maanden doet deze opvallende hashtag de ronde.  Ik kan me voorstellen dat #geenpretjezondertolk voor een buitenstaander misschien wat vreemd overkomt, want hoe tolk, wat tolk, waar tolk?  De overgrote meerderheid van de bevolking komt dan ook nooit in aanraking met tolken.  Laat staan met tolken die gesproken taal omzetten in gebarentaal, en vice versa.  Want deze hashtag verwijst naar de groeiende frustratie die gebarentalige doven voelen naar de overheid toe. Een overheid die hen de kans ontzegt om op een volwaardige wijze deel te nemen aan de samenleving.

Dat neemt niet weg dat de Vlaamse overheid de voorbije jaren aanzienlijke inspanningen heeft gedaan om doven te laten deelnemen aan verschillende aspecten van de samenleving.   In vergelijking met enkele decennia geleden is er een grote sprong voorwaarts gemaakt om de barrières die doven ondervinden in de samenleving kleiner te maken.    Zowel op het vlak van werk, onderwijs als vrije tijd voorziet de overheid (weliswaar meestal na jarenlange druk en zelfs juridische procedures van personen en organisaties die de belangen van doven en slechthorenden verdedigen) nu zowel de nodige ondersteuning, door terugbetaling van bepaalde hulpmiddelen en/of het subsidiëren van tolken, onder het mom van integratie.

Zoals de hashtag al doet vermoeden, bevindt de bron van ergernis van de dovengemeenschap zich bij de(on)mogelijkheid om voldoende gebruik te maken van tolken, meer bepaald in (zoals de overheid het benoemt) “de privésfeer”.  In het onderwijs is er ondertussen een zo goed als volledig recht op tolkondersteuning, na een jarenlange strijd die een tiental jaren geleden uitmondde in een gerechtelijke procedure van vier dove ouderparen die ijverden voor een hoger aantal tolkuren voor hun dove kinderen die in het gewoon onderwijs school liepen.  Na dit door de ouders gewonnen proces rolde de Vlaamse overheid een zo goed als volledige tolkondersteuning uit voor alle dove kinderen, jongeren en zelfs volwassenen die een schrijftolk of tolk Vlaamse Gebarentaal nodig hadden om de lessen in kleuter, lager, secundair, hoger of volwassenenonderwijs optimaal te kunnen volgen.

Op de werkvloer heeft een dove werknemer recht op 10% van zijn arbeidstijd in tolkuren, een aantal dat na een gemotiveerde vraag aan de VDAB kan verdubbeld worden.   Werkgevers krijgen daarnaast ook een premie die een deel van de loonkosten van een dove werknemer terugbetaalt.   Een premie die indien nodig en na overleg tussen werkgever en werknemer ook ingezet kan worden als een dove werknemer meer dan 20% van de tijd een tolk nodig heeft.   Het Vlaams parlement erkende in 2006 de Vlaamse Gebarentaal.  Ondertiteling heeft sinds de 21ste eeuw ook de commerciële omroepen bereikt.  Het journaal op één en Karrewiet op Ketnet worden getolkt naar Vlaamse Gebarentaal.

Het is dus niet allemaal kommer en kwel.   En dan toch die hashtag.  Zijn doven dan zo moeilijk tevreden te krijgen?  Het is maar hoe je het bekijkt, maar ik denk van niet.

Een kleine denkoefening.  Probeer u eens even voor te stellen dat u door omstandigheden (bijvoorbeeld een onverwachte overplaatsing voor je werk) zonder voorbereiding in een vreemd land terechtkomt , een land waarvan u de taal amper kent.  Stel,  Zweden.  En beeld u dan in dat u in uw vrije tijd slechts 1% van die tijd van de overheid de beschikking zou kunnen krijgen over een tolk.   Daarmee moet je in Zweden naar het stadhuis.  De dokter.  Het ziekenhuis.  Een begrafenis.  Een huwelijk of twee, drie.   Een aantal keer naar verschillende banken voor de hypotheek van het huis dat je gaat kopen.  De gesprekken met de aannemers die verbouwingen zullen uitvoeren.  Daguitstappen in het weekend met een groep Zweedse collega’s waarvan de meesten jouw taal niet beheersen.  Een lezing of symposium over Zweedse cultuur.   Oudercontacten op de school van uw kind.  Het jaarlijks schooltoneel of –feest.

De lijst is lang, en het voorbeeld is misschien wat kort door de bocht (ik hou bijvoorbeeld geen rekening met het feit dat horende mensen in een land een taal kunnen oppikken door ze voldoende te horen en te oefenen, en dat in Zweden de meeste mensen wel Engels kennen), maar het is absoluut niet zo vergezocht als het misschien wel lijkt.  En het vraagt ook niet al te veel verbeelding om te beseffen dat 36 uur per jaar dan echt wel heel erg weinig is.  In tegenstelling tot op de werkvloer en in het onderwijs, hebben doven tot vandaag dan ook het gevoel dat hun dagelijkse leven onnodig moeilijker verloopt dan het zou kunnen zijn.  Ze hebben ze dan wel TV met ondertiteling (en soms ook met tolken Vlaamse Gebarentaal) en moderne communicatiemogelijkheden zoals chat en videobellen, maar in de buitenwereld wordt het voor sommige doven al heel wat moeilijker om deel te nemen aan het sociale leven.

Als je dan slechts gedurende 1% van de tijd dat je wakker bent en niet werkt,  kan gebruikmaken van een tolk, dan is dat voor sommige doven echt wel heel erg weinig.  Nu al lees ik online berichten van dove kennissen dat de eerste 18 uur reeds zijn opgebruikt, en ze hun verdubbeling al hebben aangevraagd naar 36u.  Heel wat doven komen met de genoemde 36u op jaarbasis dus helemaal niet toe.  En tot op heden blijft de bevoegde minister (op dit moment Jo Vandeurzen) doof voor de verzuchtingen van de dovengemeenschap.   Eén van de argumenten die daarbij gebruikt wordt is dat slechts een minderheid van de rechthebbenden ook effectief zijn volledige 36 uren uitput.

Dat klopt.  In 2016 waren er 915 mensen die gebruik gemaakt hebben van de diensten van een tolk.   Gemiddeld maakten zij 10,79u gebruik van een tolk.  Daarnaast waren er in 2016 42 personen die 35 of 36 tolkuren (en dus het absolute maximum) hebben gebruikt.  Daarbij mogen we echter niet alle dove mensen over één kam scheren, iets wat de overheid wel lijkt te doen (zie verder).  Er zijn doven die niet al hun tolkuren nodig hebben, en ze dus niet gebruiken.  Andere dove mensen hebben veel meer dan 36 uur nodig.  U moet weten: er zijn weinig bevolkingsgroepen die zo heterogeen zijn als de dovengemeenschap.   Naar schatting zijn er een 5000-tal doven  voor wie de Vlaamse Gebarentaal hun voorkeurstaal is, in heel veel verschillende situaties, zowel privé als professioneel.   Daarnaast zijn er ook heel wat doven en (zwaar) slechthorenden (waaronder ik mezelf reken) die gebarentaal pas op latere leeftijd hebben leren kennen,  die als deel van een positieve dove identiteit ervaren, en die gebarentaal ook, naast Nederlands in gesproken vorm,  gebruiken in omstandigheden waarvoor zij het nodig vinden.  Elk van hen heeft een (soms compleet) verschillende achtergrond en gaat anders om met de uitdagingen waar het leven in een horende samenleving hen voor stelt.

In een samenleving waarbij voor doven inclusie in de samenleving vaak nog altijd een doel op zich is, is de huidige wet een logisch gevolg van dat doel.   Naast objectieve normen waaraan de dove tolkgebruiker moet voldoen  stelt dan men ook voor elke rechthebbende éénzelfde aantal uren in het vooruitzicht, los van persoonlijke situaties en omstandigheden.  Op die manier slaat de overheid volgens mij in het debat rond tolkuren de bal dan ook compleet mis, net omdat we hier spreken over een zeer diverse groep waarbij diegenen die om welke reden dan ook meer tolkuren nodig hebben in feite door de overheid de onuitgesproken boodschap toegeworpen krijgen dat ze hun plan mogen trekken, omdat ze niet in het rijtje van de gemiddelde geïntegreerde “norm”-dove passen.

Vanuit een ethisch perspectief kan je je oprecht de vraag stellen of het huidige systeem waartegen de dovengemeenschap op dit moment revolteert, wel rechtvaardig is.  Het antwoord daarop kan niet anders dan neen zijn, aangezien de gelijke rechten van een specifieke groep van mensen wordt geschonden.   Niettegenstaande heel wat doven in gesproken Nederlands tijdens één-op-één-situaties zich redelijk uit de slag kunnen trekken, is dat absoluut niet voor iedereen het geval.   Zo heb ik zelden een tolk nodig bij een bezoek aan mijn huisarts of tijdens ander één-op-één-gesprek, maar wil ik zeker wel een tolk voor interessante lezingen en symposia , voor schoolreünies, voor de oudercontacten van mijn dochters, en dies meer.  Soms kom ik dan dus toe met de mij toegewezen 18 of 36 uren, en soms ook niet.

Maar ik ben niet de ander.  Ik heb niet te bepalen waar een andere dove de noodzaak voelt om een tolk in te schakelen,  en ook niet om dat recht op communicatie te begrenzen.  Of dat nu 1 persoon is, of 42, of 5000.  En dat is wat de overheid op dit moment helaas wel doet.  En dat kan zo niet langer blijven duren.

Daarom steun ik #geenpretjezondertolk dan ook van harte, en heb ik een kleine bijdrage gestort om samen met een heleboel anderen de benodigde 20.000 euro bij elkaar te sprokkelen via een crowdfundingproject.  Want een gerechtelijke procedure is duur maar noodzakelijk om hopelijk opnieuw een extra deurtje te openen op weg naar een volledige erkenning van de bijzondere eigenheid van de dovengemeenschap en zijn specifieke noden.   En één van die deurtjes is de erkenning dat elke dove persoon zelf naar eigen inzicht kan beslissen wanneer een tolk voor hem/haar een meerwaarde kan betekenen in de samenleving.

Mocht u na deze tekst ook de aandrang hebben gevoeld om hierover meer te weten, en misschien zelfs het initiatief mee te ondersteunen, bezoek dan zeker www.geenpretjezondertolk.be.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder allerlei

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s