15 juli 2008

15 juli 2008. De datum stond reeds maanden in het vet én het rood aangekruist in de agenda’s van de verschillende pionnen van het Belgische politieke bestel. Na maandenlange onderhandelingen, een interimregering en een gedurende een half jaar halfslachtig werkende regering onder leiding van zelfverklaarde hoop voor Vlaanderen Yves Leterme, staan we vandaag terug bij af.


Wat op zich niet zo verwonderlijk hoeft te zijn: in het huidige maatschappelijke bestel, waar het onmiddellijke electorale succes dat met bepaalde uitspraken te behalen valt een stuk zwaarder doorweegt dan een iet of wat langetermijnvisie, was Leterme vanaf het begin tot mislukken gedoemd. Want al van bij het begin van de verkiezingscampagne voor juni 2007 kon elke geïnformeerde mens inzien dat grondige staatshervormingen zo niet onmogelijk, dan toch minstens zéér moeilijk zouden worden. Door samen met de NV-A nogal ostentatief te gaan roeren in het potje van de vijf minuten politieke moed (later op smaak gebracht met vette vissen en allerhande fauna en flora), die doos van Pandora die geopend werd nadat Verhofstadt er in het begin van de twintigste eeuw evenmin in slaagde B-H-V op een redelijke manier te splitsen, gaf onze huidige premier aan alle Vlamingen de illusie dat politiek louter een kwestie is van koppen tellen en nadien de gemaakte beloften zonder meer door te drukken, tegen de zin van de andere partijen en/of gemeenschappen in. Bij de Walen – hoe zou u zelf zijn? – bracht hij daardoor natuurlijk alleen maar gevoelens van aversie naar boven.
Het uiteindelijke verkiezingsresultaat van juni 2007 maakte de situatie daarnaast nog een stuk complexer: ook bij onze Waalse landgenoten bleek de verkiezingsuitslag niet van die aard dat het de plaatselijke partijen tot een houding van flexibiliteit en toegeeflijkheid (toch twee voorwaarden om tot een menselijk en werkbaar compromis te komen) kon bewegen. En daar stonden we dan: geen eenvoudige tweederde meerderheid (nodig om de communaitaire plannen van het kartel CD&V-NV-A door te drukken) waardoor de PS aan boord gehesen werd. Wat op zijn beurt aan de onderhandelings- en regeringstafel voor een wedstrijdje “beste Waal” zorgde: welke politicus gaf het minste toe aan de verzuchtingen van die “onredelijke” Vlamingen? Wat, a forteriori, evengoed zorgde voor een verstrakking van de standpunten in Vlaanderen.

Een kleine 400 dagen later staan we, zoals net gezegd, dus nergens. Al is dat de waarheid ook wat geweld aandoen: we staan wel degelijk ergens, maar het is, hoe je het ook draait of keert, een achteruitgang in vergelijking met juni 2007, iets wat de partijen die tot vandaag de regering Leterme I hebben gevormd écht niet graag zullen horen. Toch is het de realiteit, die echter voor een groot deel buiten de bevoegdheden van de regering-Leterme valt, dat de financiële markten het voorbije jaar zwaar onder druk hebben gestaan (in Amerika spreekt Democratisch presidentskandidaat Barack Obama sinds kort in het openbaar over een heuse recessie) en dat de verkozen politici in dit land er niet voor hebben geopteerd om het directe belang van het (Belgische) land voorop te stellen. Waar wel voor werd gekozen zijn de belangen van (eigen) partij en (eigen) kiezer.
Op zich hoeft dat geen probleem te zijn: elke partij heeft zijn eigen core-business en dus ook zijn eigen stempubliek. Van leidsmannen, regeringen en zéker premiers verwacht men echter meer, en zeker in – laat ons een kat een kat noemen- een periode van crisis (die nog een stuk erger kan als we niet opletten). Openheid, daadkracht (waarvan Leterme naar de verschillende media te horen véél te weinig heeft tentoongespreid, behalve dan de voorbije ultieme dagen) en vooral het kunnen maken van een werkbaar compromis. Maar daarvoor moeten, anderzijds, ook alle partijen bereid zijn hun eigen wensen niet langer voor waarheid aan te nemen, iets wat er zowel aan Vlaamse als aan Waalse kant dus zo te zien gewoon niet in zat. En daar speelt staatsmanschap een grote rol. Een zeker Reynderiaans cynisme maakt zich dan van me meester: “Geachte heren en dames politici, Bedankt om zo goed voor ons te zorgen, wars van jullie eigen politieke eigenbelang”.

Is er dan wel een oplossing in zicht, of zelfs maar mogelijk? Het zal moeten. Dit land is, hoe je het ook draait of keert, het land waarmee we het verder zullen moeten doen. En ik denk dat de meeste mensen, Walen inbegrepen, beseffen dat dit moet in een aangepaste versie. Een versie die dus onderhandeld moet worden binnen een rustig, non-electoraal kader. Want laten we een zeker realisme in onze geesten bewaren: als het huidige politieke bestel er niet eens in slaagt om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen (uit noodzaak dan nog, zie de uitspraak van het Grondwettelijk Hof, al dan niet met wat toegevingen), wat zouden we er dan nog maar over dúrven denken om een héél land te scheiden? Gaan we de economische, sociale, financiële en andere boel dan maar gewoon tien jaar de boel laten tijdens de zonder twijfel helse onderhandelingen die er dan komen, om nadien opnieuw met een staatsschuld die die van de jaren ’80 benadert op pad te gaan? Nee toch?

Mensen politici, van welke gezindte dan ook, neem uw verantwoordelijkheid. Het wordt tijd.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s