Maandelijks archief: juni 2006

Rotweekend/Requiem voor Fantom

Holland is uitgeschakeld in een wedstrijd die bol stond van de suspense (en van de gele (16!) en rode (4!) kaarten), in Antwerpen werd een plichtsbewuste burger in elkaar geslagen door (niet mijn woorden, maar het is wel zo) “tuig van de richel”,  Bruno de Beer is neergeschoten, het Belgisch kampioenschap wielrennen werd visueel een maat voor niets door twee net wat te innig met elkaar omgaande helicopters, ik hield me een groot stuk van mijn weekend bezig met het corrigeren van examens, en Fantom is dood.
Fantom is/was mijn kat.  Ik herinner me hem nog als bolletje van enkele honderden grammen zwaar.  Door mijn ouders gekocht toen ik in het tweede middelbaar zat (ondertussen alweer 16 jaar geleden, waarmee meteen ook de gezegende leeftijd van Fantom gekend is), stal hij vanaf het begin het hart van iedereen die hem ooit onder ogen kreeg.  Hij krabte helaas ook het één en ander kapot, zeker in zijn jonge jaren: gordijnen, tapijten, mensenhuid in een iets te speelse bui.  En net als de meeste andere katten werd ook Fantom berucht om zijn eigenzinnigheid en zijn luiheid (zijn levensverhaal in het kort: hij sliep, hij at, hij speelde en hij sliep nog meer), maar hij bracht vooral leven in huis: mijn broer en ik hadden er een speelkameraad bij, en voor mijn moeder was hij het nooit afwezige gezelschap op de dagen dat ze thuis was: waar ze ook ging: als Fantom wakker was, volgde hij haar het hele huis door.
Die kat maakte deel uit van ons gezin, en ook al woon ik al jaren niet meer in mijn ouderlijk huis, als ik thuiskwam, was één van de eerste dingen die ik vroeg steeds weer opnieuw: “Waar is Fantom?”.  En nu is hij dood.  Thuiskomen zal nooit meer hetzelfde zijn.  Hij zal niet meer aan het raam staan miauwen, ’s avonds zal hij niet meer de warmte van de warmwaterleidingen opzoeken om zich te slapen te leggen, en hij zal niet meer met zijn licht schele ogen en een ietwat hautaine air naar het zoveelste bezoek staan kijken terwijl hij tracht te verbergen dat de aandacht hem deugd doet.

Er bestaat geen kattenhemel, maar als hij bestond, zou Fantom er thuishoren.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Ik ben dit land…

… en een deel van zijn kiezers stilaan k*tsbeu. Er vallen doden uit racisme, de xenofobie en sluimerende ontevredenheid stuwt het Vlaams Belang naar steeds hogere resultaten in de peilingen, en zelfs uitgeregende betogingen en begeesterende toespraken allerhande lijken daar niets aan te kunnen verhelpen.

Ik zal wel dom zijn, maar ik begrijp het niet. We leven in één van de beste landen ter wereld (dat heb ik niet bedacht, dat zeggen eminente onderzoekers van de VN), we hebben al 61 jaar geen oorlog meer in dit apenland gehad; we hebben prachtige bossen en parken waar het een lust is om met vrouw, man of hond in rond te kuieren; de grootsteden worden met de jaren mooier (wie het Gent van nu en 10 jaar geleden met elkaar vergelijkt, of Antwerpen, of Bergen, of Luik… kan niet anders dan dat toegeven); de vele wegen zijn niet meer – of toch al veel minder – die hobbelige kasseiweggetjes uit de tijd van Felix Timmermans “Boerenpsalm”. De Ronde van Vlaanderen ging dit jaar over een (grove schatting) vijftien à twintigtal kilometer kassei. Vroeger was gewoon het héle parcours over die kinderkopjes! En niet omdat de organisatoren het zo leuker vonden, neen, er wàs gewoon niks anders om over te rijden! We hebben tegenwoordig tientallen soorten konfituur om uit te kiezen in de Carrefour, Delhaize of eender welk supergrootwarenhuis…

(Doet me denken aan Toon Hermans:)

We hebben lekkere boterjus
Cabaret en ijsrevue
We hebben bruin- en wittebrood
En een overvloed aan bloot
We hebben hash en mogadon
En een nieuwe magnetron
We hebben alles, zuur en zoet
Oh, het gaat in Holland goed

Maar we staan met z’n allen in de file
En ze slaan je op je bakkes in de tram
Staat je auto in de stad, wordt je radio gejat
Maar we hebben vijfenveertig soorten jam

(volledige tekst hier)

En toch, en toch: de minste tegenslag lijkt tegenwoordig genoeg om het Vlaams Belang een extra stem te bezorgen. Op dezelfde dag als de uitgeregende betoging in Antwerpen, waar een 20.000-tal mensen een stille herdenking hield voor Luna, Oulematou en Songül, bezochten bijna drie keer zoveel mensen het Wijnegem Shopping Center.

Mensen, waar zijn we mee bezig? Vroeger had ik begrip voor Vlaams Belang-kiezers: ze waren misnoegd om wat er allemaal foutliep in dit land. En er loopt nog altijd heel wat mis. Maar is het allemaal dan echt zó erg dat men zijn stem wil geven aan een partij die het extreme individualisme nog meer wil uitbuiten? Een partij die de gemeenschap geen enkel recht van spreken meer geeft, maar integendeel het ikke ikke ikke als zuiver en wansmakelijk ideaal nastreeft? We zijn, denk ik, teveel consument geworden, en te weinig mens gebleven.

Ja, mensen, ik ben zonder twijfel naïef. Et alors? Het is niet dat ik niet zie wat er allemaal misloopt: ik zie ook wel dat Belgen van anderslandige origine procentueel gezien vaker misdrijven plegen (de bak in ermee, zoals met iedereen die een misdrijf pleegt!), ik zie ook de schandalen bij de omhooggevallen sujetten van de Charleroise PS, ik voel ook aan mijn adem dat de ozon tijdens zomerse dagen sterk kan pieken. Om kort te zijn: ik zie ook wel in dat de wereld complexer is dan 45 soorten jam in de rekken van de supermarkt.

En toch… hoe langer ik nadenk, hoe minder ik het geduld kan opbrengen om de kiezers van het Belang te begrijpen. Ze zien het niet. Zelfs al zijn ze bestolen, zelfs al zijn ze werkloos, zelfs al kregen ze hun bouwvergunning niet voor hun bijhuisje in de achtertuin… ze hebben het nog altijd beter dan 95% van de wereldbevolking.

Feit/Mening heeft gelijk als hij het volgende stelt: “extreemrechts gedachtegoed is een vorm van irrationeel denken, op formeel vlak erg vergelijkbaar met bijvoorbeeld een fundamentalistische godsdienstopvatting. Beiden hebben een vooropgestelde eindconclusie, of dat dan over een almachtige God gaat of een stelende Turk doet er voor deze vergelijking weinig toe.”

Een apenland, zoals ik al zei. Het goed hebben, en het niet meer zien, je moet het maar kunnen…

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Gent

Er is iets met Gent. Het trekt de mensen aan die ooit in de stad hebben verbleven, en het lijkt niet te beschrijven.

Nu woon ik al een paar jaar terug in mijn stad, nadat ik tussentijds ook nog enkele jaren terug in Mechelen heb gewoond wegens niet matuur genoeg om als achttienjarige de Gentse studies tot een goed einde te brengen. Later heb ik dat gelukkig nog goedgemaakt nadat ik enkele jaren in Antwerpen mijn intellectuele maturiteit heb moeten aanscherpen.
En nu, als ik op een zomerse juni-avond uitkijk over de stad, met links in de verte de Ledeganck, rechts vaag het belfort en de Sint-Baafs verscholen achter een paar oude bomen, en in het midden de abdij van Sint-Pieters naast de Boekentoren, Gents intellectuele baken die menig student naar de Blandijnberg heeft geleid, terwijl de avondzon de lucht in allerlei tinten roze, paars en blauw kleurt, dan word ik gewaar waarom Gent de mensen aantrekt, en blijft aantrekken. Alleen, in woorden is het niet te vatten, daarvoor moet men zich in het Gentse leven hebben ondergedompeld. En daar heeft men niet eens vrienden voor nodig: als eenzame kluizenaar midden in de nacht door de stad dwalen, (zoals ik vroeger in mijn kottijd ettelijke malen heb gedaan) brengt een mens vanzelf in sferen die hij in andere steden misschien moeilijker (of helemaal niet) terugvindt.

Dwaal door de stad, mensen. Hierbij bent u van harte welkom.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized