Identiteit en euthanasie

Het nieuws ging de voorbije dagen de wereld rond, en ook de dovengemeenschap wereldwijd staat in rep in roer door de in het begin nogal ongenuanceerde nieuwsberichten  dat twee doofblinde tweelingsbroers euthanasie verkozen boven een verder leven in isolatie (voor een vrij volledig overzicht van de artikelen in Vlaamse media, zie hier). Ook in buitenlandse media – die vaak al even ongenuanceerd het nieuws overnamen van hun Vlaamse collega’s –  kwam het onderwerp vrij prominent ter sprake, aangezien het de eerste keer was ooit dat een tweeling ervoor koos om op hetzelfde moment te sterven).  Ik zat erbij, en keek naar de wildgroei aan (meestal emotionele) argumenten op facebook en andere sociale media dat doofblinden wél een goed leven kunnen hebben, wél recht hebben op leven, wél wél wél.  Terwijl uit de eerste artikelen die over het onderwerp verschenen, eigenlijk weinig feitelijke en juiste informatie te halen viel om te kunnen oordelen over hun eigen keuze.  Zo is de dagen nadien ook gebleken: de dove broers hadden wel wat meer “problemen” dan enkel doof en toekomstig blind; beide broers hadden ruim hun deel van de koek gehad op het vlak van fysiek labeur en afzien.

En zo bleek ineens de atmosfeer op de sociale fora om te slaan, en werd de media het doelwit.  Ook de Federatie die alle Vlaamse dovenverenigingen vertegenwoordigt, Fevlado, liet in een opiniestuk  weten dat de media ook maar eens aandacht mochten gaan hebben voor een sociale benadering van de situatie, in plaats van steeds opnieuw op dezelfde medische nagel te kloppen en de daarbij horende terminologie te hanteren.

Het geeft me allemaal een onbevredigend gevoel.  Ja, de media hebben een hoop schuld aan de foute beeldvorming.  De terminologie kan (veel) beter, het onderzoek een stuk nauwgezetter, het artikel een stuk genuanceerder.  Ja, de broers hadden in dit land recht op euthanasie.  Mensen hebben in dit land wettelijk het recht en de mogelijkheid om in zulke situaties uit het leven te stappen, en we geven hen daar meestal ook gelijk in, net zogoed als wij een groot respect hebben voor mensen die ervoor kiezen om hun lijden waardig te blijven dragen. Maar de wet in België (die ongezien progressief is in vergelijking met de wetgeving in de rest van de wereld) laat echter ook een deur open voor mensen die wensen te sterven, niet omwille van een fysiek, maar omwille van een psychisch lijden.  Personen die reeds jaren, om niet te zeggen decennia, lijden aan een langdurige en uitzichtloze depressie en bij wie alle mogelijke behandelingen niet het verhoopte resultaat met zich meebrachten, hebben dan – als er tenminste 3 geneesheren unaniem hun toestemming geven na een langdurig begeleidingsproces – eveneens de kans om menswaardig uit het leven te stappen.  De notie ‘psychisch ondraaglijk lijden’ wordt niet expliciet uitgelegd in de wet, wat dus kan zorgen voor onverwachte “gebruikers” van die wet, zoals in dit geval dus twee dove mannen die heel wat fysieke ongemakken hadden en binnen afzienbare tijd blind zouden worden.  Zij kregen van de geneesheren groen licht, omdat deze artsen, afgaande op het verhaal van deze twee mannen, geloofden dat het toekomstig leven van die broers voor hen een ondraaglijke mate van psychisch lijden met zich zou meebrengen.

Maar eigenlijk gaat het daar voor mij in deze hele discussie niet eens om.  Voor mij zit de baseline van dit verhaal veel dieper.  Euthanasie is erg existentieel thema, die ons raakt in het diepste van wie we zijn: wanneer vinden we onszélf oké genoeg om het leven de moeite waard te vinden?  En hebben we het recht om, als we ons eigen leven niet waardevol en kwaliteitsvol genoeg vinden, zelf over ons eigen levenseinde te beslissen?  Want ik wil toch even met klem benadrukken dat euthanasie uitgaat van de eigen vraag van de persoon zélf.  Er is geen sprake van enige vorm van moord of schending van mensenrechten, deze tweelingbroers hebben zélf beslist, autonoom, dat ze hun leven niet oké meer vonden.

Wie oordeelt over het menswaardige van iemand anders’ leven, oordeelt ook altijd over zijn of haar eigen bestaan.  Want natuurlijk kunnen doofblinden een schitterend leven hebben en een bijdrage leveren aan de maatschappij en aan de gemeenschap.  Maar wij mensen botsen hier op de grenzen van ons mens-zijn: we kunnen ons maar tot op een bepaald niveau inbeelden hoe het is om de ander te zijn, of die nu moslim is, of een persoon met één of andere handicap (of een resem tegelijk) of de tiener die we morgen kruisen op straat.  Voor mij, volwassen dove, is doofzijn geen issue meer, laat staan een medisch gebrek, maar de gedachte blind te worden, maakt me zeer nerveus.  Maar ik weet ook dat er doven rondlopen die van dat doofzijn wél een groot thema maken, en lijden onder hun niet kunnen horen.  Zo ook zijn er doofblinden die hun identiteit hebben kunnen losrukken van een al te medische benadering (onder andere dankzij een grotere toegankelijkheid door de enorme technologische vooruitgang van de voorbije jaren), en doofblinden die daar niet in slaagden, zoals de broers Verbessem.

Daar heeft de maatschappij een grote verantwoordelijkheid.  Maar dat is een strijd die op zeer lange termijn gevoerd moet worden, en waarvan doven zich soms afvragen of we, ondanks de formele verwezenlijkingen zoals de erkenning van de Vlaamse Gebarentaal en het bekijken van TV-programma’s met ondersteuning van (Het Journaal) of in (See Hear op BBC), eigenlijk wel een stap verder geraakt zijn, als journalisten ondanks tientallen lezersbrieven nog altijd spreken over de “doofstomme”, de “allochtoon”, “de gehandicapte”,… of als “serieuze” artikels in “serieuze” kranten noodzakelijke aanvullende informatie voor een juiste beoordeling van de situatie gewoon niet eens vermelden.  De verschillende overheden hebben dan ook een grote taak om de samenleving blijvend te sensibiliseren over andere culturen en minderheidsgroepen.  Van jongsaf aan moet in het basis- en secundair onderwijs dan ook veel meer aandacht uitgaan naar morele opvoeding, de psychologie van de ander, antropologie en het leren samenleven met en erkennen van andere culturen.  Want mensen, ook doven zelf, zitten vaak nog vast in het negatieve straatje van “wij” en “de ander”, waarbij iemand die gewoonweg om één of andere reden anders is, daardoor negatief wordt benaderd.   En de basis daarvan ligt dus in het onderwijs.  Tegenwoordig is de kans dat je in een monoculturele klas zit, zo goed als nihil.  En door een te ver doorgeschoten medicalisering van kinderen zit er waarschijnlijk ook nog iemand bij met dyslexie, leerproblemen of andere ADHD’s.  Maar wat leren de kinderen er écht over hun medeklasgenootjes?  Maakt dat een wezenlijk deel uit van het klasgebeuren?

Alle culturen en handicaps hebben recht op een eigen positieve identiteit, en die komt niet enkel uit henzelf, maar wordt hen ook door alle mogelijke kanalen in de samenleving aangereikt, waarvan het onderwijs waarschijnlijk de belangrijkste is.  Een verdiende tweede is de media, en die heeft, zo blijkt na jaren waarbij verschillende belangengroepen hebben geijverd voor juiste beeldvorming, zeker ook nog wel wat te leren.  En natuurlijk mogen we ook het gezin niet vergeten.  Maar het gezin, zoals al gezegd, is zelf ook onderhevig aan de invloeden van de eigen maatschappij, en neemt de beeldvorming evengoed al te vaak over.  We doen het allemaal. Maar dat diepe instinct binnen in ons, ons ingepraat door de evolutie, de angst voor de ander, zou in een beschaafde samenleving op lange termijn geen plaats meer mogen hebben.

De lange termijn is dus één, de korte termijn is iets volledig anders.  De wereld loopt vol met mensen die om één of andere reden in die mallemolen van indrukken die de wereld is, een negatieve identiteit hebben ontwikkeld en niet gelukkig meer zijn met zichzelf en hun plaats op deze wereld.  Een zeer kleine minderheid daarvan wenst ook effectief een einde te maken aan zijn of haar psychische lijden.  Zolang die gelijkheid er niet is, zolang mensen in deze samenleving de kans niet krijgen om volwaardig te kunnen zoeken naar een positieve identiteit voor zichzelf, zal een kleine minderheid gebruik willen maken van die ene, laatste stap.  En wie zijn wij om daar nee tegen te durven zeggen?

Geef een reactie

Opgeslagen onder Deaf/Deafhood, Ethica, Filosofische overpeinzingen

enkele bedenkingen over het gebrek aan tolken voor doven in het onderwijs

Een deel van de Vlaamse Dovengemeenschap staat in rep en roer.  Vorig jaar vonniste het Hof van Beroep in de zaak van 3 ouderparen tegen de Vlaamse Regering dat de jongeren, om adequaat de lessen te kunnen volgen op school, tot 70% van de lesuren een tolk moeten kunnen gebruiken als zij daar nood aan hebben.  Weliswaar ging het in deze zaak enkel over die drie specifieke jongeren, maar voor de Vlaamse Dovengemeenschap was dit een symbooldossier, net als de strijd voor de culturele erkenning van de Vlaamse Gebarentaal.  Deze rechtszaak ging uiteindelijk veel meer Dove scholieren en studenten aan die het bij hun integratie in het gewoon onderwijs op dit moment met ongeveer 20 à 30% getolkte lesuren moeten stellen (wat dus neerkomt op één dag per week. De rest moeten ze zelf maar uitzoeken).

Van de Vlaamse Regering werd dan ook verwacht dat zij in actie zou schieten en het vonnis van de rechtbank zou uitbreiden naar heel wat meer tolkuren voor alle doven die een bepaalde vorm van onderwijs volgen.  Wat dus, zo bleek deze week, alvast niet het geval zal zijn voor september 2012.  Als men weet dat de Vlaamse Regering al jarenlang talmt om het aantal tolkuren te verhogen, kan men begrijpen dat bij heel wat mensen (Dove jongeren en hun al dan niet Dove ouders) de maat stilaan echt wel vol is.

Alleen… hoe moet men een Vlaamse Regering bijna “dwingen” om haar houding te herzien?  Hoe moet men regeringen tout court doen inzien dat er toch iets vreemds aan de hand is als eender welke persoon van buitenlandse afkomst die naar het gemeentehuis van een centrumstad trekt, een tolk in zijn taal kan krijgen indien nodig (en volledig terecht!), maar dat Doven hun eigen tolk moeten meebrengen? En zelfs zelf moeten betalen als ze er té geregeld gebruik van maken?  Om een regering te laten begrijpen dat 33 euro bruto per uur voor een tolk toch wel erg weinig is, zeker als reistijden niet vergoed worden?  Dat dàt een belangrijke, zoniet de belangrijkste reden is waarom er bijwijlen een tekort is aan tolken omdat ze zo voltijds amper een deftig inkomen verdienen en het dus liever in bijberoep doen (nota bene net een argument van minister Smet om de niet-verhoging goed te praten: “er zijn te weinig tolken”)?   Dat het toch niet echt helemaal juist zit als de tolken voor de gemeentehuizen en andere openbare diensten echt wel een pak meer per uur krijgen voor eigenlijk hetzelfde werk, en dat is gewoon vertalen.  Dat mislukken in het onderwijs ook de deur wagenwijd openzet naar de werkloosheid en het leven van een uitkering?   Hoe moeten we het hen duidelijk maken?

Want heus, het duurt al meer dan lang genoeg.  Er is al vanalles gebeurd: betogingen, petities, onderhandelingen,… en het punt waar we nu staan, na ongeveer 15 a 20 jaar tolken in het onderwijs, is 20 tot 30% tolkuren, door tolken die dan ook nog eens barslecht betaald worden en een mottig statuut hebben, als er al sprake is van enig statuut.  Ik wil toch wel even concreter maken wat dat is: zo weinig tolkuren hebben als je schoolloopt.   Zoek online eender welke film waar dove mensen onder elkaar communiceren zonder dat er ondertitels of audiovertaling bij is.  Doe dat een hele dag lang, en je hebt ongeveer dezelfde ervaring als een dove jongere in de klas.  En dat elke dag van de week. .  En implantaten of hoorapparaten dan, hoor ik u denken?  Die helpen wel, maar nooit (read my lips: nooit) is het dezelfde ervaring als de horende jongeren in hun klas hebben.  Facebook  puilt uit van de getuigenissen van jongeren, soms zelfs “slechts” matig of zwaar slechthorend of de drager van een CI of hoorapparaat, die klagen over hun leven op school zonder tolk.

Men kan stellen dat doven in het algemeen, welke vorm van onderwijs ze in Vlaanderen ook genoten hebben, meer in de werkloosheid of de invaliditeit zitten.  Zoiets kan eigenlijk maar drie redenen hebben: de dove zelf, diens onderwijs en/of de perceptie van de bevolking (lees: de werkgevers).    Doven hebben net dezelfde capaciteiten als de rest van de bevolking, maar het doorlopende gevecht met de soms onmogelijke omstandigheden waarmee zij te maken hebben, heeft soms gevolgen op psychisch of fysiek vlak.  De maatschappij is ook een oud zeer, met heel wat mensen die doven nog altijd sukkelaars vinden met minder mogelijkheden. Wat, tenzij je gelooft dat iets in het oor dat niet werkt, gevolgen zou hebben voor de mogelijkheden van je brein, dikke zever is.  En wat het onderwijs betreft: tenzij de overheid denkt dat doven genetisch gewoon dommer zijn, zou ze wel eens oog mogen krijgen voor de financiële consequenties van haar non-beleid. Anders heeft de voltallige Vlaamse Regering, en niet alleen de minister van Onderwijs en Gelijke Kansen, niet alleen geen kaas gegeten van de juiste betekenis van “gelijke kansen”, maar evenmin van gezond financieel beheer van onze samenleving.

3 reacties

Opgeslagen onder allerlei

Een nieuwe toegankelijkheid in de media – open brief aan Wouter Vandenhaute

Geachte heer Vandenhaute,

mag ik u vooreerst, weliswaar ruim te laat, feliciteren met de aankoop van TV-zenders VT4 en VijfTV door uw holding?  Het verdient bewondering dat een man, ooit begonnen als medepresentator van  ”Het huis van wantrouwen”, erin geslaagd is weinig meer dan een imperium uit te bouwen in het Vlaamse medialandschap.  U organiseert  tegenwoordig (mee) de belangrijkste Vlaamse wielerklassiekers en durfde aan om en passant enkele heilige huisjes te slopen, omdat u (naar ik aanneem) oprecht overtuigd was van het belang van verandering voor het overleven van deze klassiekers.  U richtte een weekblad op dat – let’s be honest- de concurrentie met Humo moest aangaan, moest na 30 edities de stekker eruit trekken, en kocht u samen met uw bedrijf een paar jaar later gewoon voor bijna de helft in bij Humo.
En dan alle programma’s die de laatste 15 jaar onder het Woestijnvis-label op het Vlaamse televisiepubliek werden losgelaten via het slim bedongen exclusiviteitscontract met de VRT, en die ondertussen zonder meer deel geworden zijn van het culturele geheugen van Vlaanderen: deze waren niet mogelijk geweest als u niet samen met enkele compagnons de route de moed had gehad om een productiehuis op te richten waar vrije geesten hun gang konden gaan.
En in 2011 volgde de voorlopige kers op de taart: een eigen televisiezender.  De stap van “elke avond enkele programma’s de naam Woestijnvis waardig” naar een volwaardig programmaschema van hetzelfde niveau is bijzonder groot, maar u durft het risico aan.

Toen doordrong dat de aankoop van VT4 en VijfTV als logische consequentie met zich meebracht dat alle Woestijnvisprogramma’s naar de nieuwe zender zouden verhuizen, al dan niet in een aangepaste gedaante, kreeg ik het wel even benauwd.  U moet weten, als dove man die -rotwoord, maar het is wel zo- afhankelijk is van ondertiteling, betekent de verhuis van die programma’s naar een commerciële zender die geen wettelijke verplichting (en tot op heden zelfs amper een aanzet) heeft tot ondertiteling, weinig minder dan een mogelijke ramp die zich in de toekomst zou kunnen gaan afspelen: geen Man Bijt Hond meer.  Geen Slimste Mens.  Geen De Rechtbank.  Geen Scheire en de Schepping (nog maar één aflevering van gezien, en nu al fan!).  Geen God en Klein Pierke.  Geen Meneer Doktoor.  Geen Basta.  Geen Van Vlees en Bloed.  Geen Parelvissers.  Geen Neveneffecten… De lijst is ontstellend lang.

Meneer Vandenhaute, in Vlaanderen is op dit moment 1 op de 10 inwoners in meer of mindere mate slechthorend of doof, en dat zal er de komende jaren met de veroudering van de bevolking en het excessieve gebruik van draagbare muziekspelers, niet op verbeteren.  Da’s een pak mensen voor wie televisie kijken niet altijd even evident is.  De Vlaamse overheid erkent in haar regeringsverklaring de nood aan en het recht van deze mensen om op een gelijkwaardige manier van televisie te kunnen genieten.  Ze hebben de nodige stappen ondernomen zodat de VRT binnen afzienbare tijd zo goed als 100% toegankelijk zal zijn voor doven en slechthorenden.  De andere zenders zijn jammer genoeg nog niet zo ver, om niet te zeggen gewoon nergens (dat halfslachtige ondertitelen van al te zware accenten verhelpt daar weinig aan).  In Vlaanderen schoven dus zonder twijfel heel wat slechthorende en dove mensen ongemakkelijk in hun zetel heen en weer bij het voor u heuglijke nieuws van de aankoop van VT4 en VijfTV.

Natuurlijk, toegankelijkheid kost geld.  Economische motieven spelen bij de keuze voor of tegen bepaalde investeringen hun belangrijke rol, maar mogen niet zaligmakend zijn.   En ik heb dit argument, zeker bij commerciële zenders, nooit goed begrepen:  de investering in toegankelijkheid leidt logischerwijze juist tot méér kijkers, en dus meer opbrengsten uit reclame.  Zeker bij Woestijnvisprogramma’s die bij de VRT los over het miljoen kijkers gingen, zou de investering in toegankelijkheid, hetzij met ondertiteling, hetzij met Vlaamse Gebarentaal, hetzij met audiodescriptie voor blinde en slechtziende mensen, zichzelf juist moeten terugverdienen.   In deze waanzinnig snel veranderende technologische samenleving kan tegenwoordig heel veel, en u kan daar met uw nieuwe zender het voortouw in nemen.  Voor een al bij al vrij beperkt aandeel in de totale kost (anderen kunnen dat waarschijnlijk beter voor u berekenen dan ikzelf), kan u misschien wel zorgen voor de eerste écht toegankelijke televisiezender.  Is dat niet het overwegen waard?  Daarbij zou er dan oog zijn voor maximale ondertiteling voor het gros van de slechthorende Vlaamse bevolking, maar ook voor toegankelijkheid van de belangrijkste programma’s door het gebruik van tolken Vlaamse gebarentaal en door audiodescriptie voor blinde en slechtziende mensen.  Voor elk van deze groepen, maar zeker voor de Vlaamse Dovengemeenschap, zou dit een immense erkenning zijn van hun intrinsieke waarde als mens, én hen in staat stellen om zonder frustraties van hun favoriete televisieprogramma’s te genieten. En wie weet, met misschien binnen enkele jaren de kans voor enkele dove mediatalenten om via uw zender een eigen programma voor en door doven te maken, naar analogie van het Engelse “See Hear”?

Met vriendelijke groeten,

Geef een reactie

Opgeslagen onder allerlei

R.E.M. quits. Een herinnering.

Ik moet ongeveer 16 geweest zijn.  Doof zijnde, had ik me tot dan geen zier aangetrokken van muziek.  Oké, enerzijds was er dan wel de schaamtelijke uitzondering van “Tien om te Zien”, aangezien ouders en broer daarnaar keken en ik niet beter wist, en anderzijds was er ook wel de iets minder schaamtelijke platenkast van mijn vader, met de rode van de Beatles en de verzamelaars van Simon & Garfunkel en van Boudewijn de Groot, maar ook met veel verschrikkelijke hoezen met panfluitspelers en Duitse titels waar elke rechtgeaarde horende of dove puber instinctmatig een bloedhekel aan heeft). Zoveel jaar later kan ik me de beelden en geluiden van Silvy Melody (De wenende telefoon! Het belachelijke roze jurkje!), Willy Sommers (met Bea! Met Anne!), Bart Kaëll (de Marie-Louise!) helaas nog veel te goed voor de geest halen. Trauma.  Ik ging in die tijd naar een “gewone” school (lees: er werd gesproken. Gebarentaal kende ik toen nog lang niet), en de schoolpauzes, avonden, weekends en vakanties werden volgepropt met een heleboel activiteiten waar vooral niet te veel communicatie voor nodig was.

Maar kleine kinderen worden groot, en mijn vrienden kregen steeds meer interesse voor heuse groepsgesprekken over allerhande puberteitsperikelen op de speelplaats, zoals die vermaledijde meisjes al die jaren voordien al deden.    En ik probeerde mee te doen.  Ik wist het eigenlijk al veel eerder, maar toen kon ik het nog wegstoppen achter sport en spel: tussen al die horende mensen kon ik niet mee. Identiteitscrisis, iemand?

Later is dat nog dik in orde gekomen, maar wist ik veel op dat moment.  Thuis groeide ik op in een zeer beschermende omgeving, met ouders die alles deden wat in hun mogelijkheden lag om mij het gevoel te geven dat ik erbij hoorde.  Op school ging alles ook allemaal vlot: fijne vriendjes om mee te spelen, verslaafd aan lezen.  Een broer die ik als speelgoed kon gebruiken. Accepteren dat de leerkracht begrijpen er soms niet in zat, en het dan maar op mijn ééntje studeren.  Everything was fine.  Tot ik dus 16 werd.

Onnodig te zeggen dat ik toen best een harde tijd meemaakte, vol zelfmedelijden en bij momenten vast ook wel wanhoop. In die tijd had ik één goede vriend bij wie ik mijn hart kon uitstorten (en nog steeds, zoveel jaar later).  Maar ik kwam er niet echt mee verder.

Op één of andere – in mijn herinnering zonnige- dag lag ik thuis in de TV wat heen en weer te zappen.  Digitale TV was toen nog onbestaande, en namiddagprogramma’s waren vaak heel wat slechter dan nu. Kwam ik op MTV terecht, waar net een videoclip (jaja, toen zonden ze op MTV nog videoclips uit!) opstartte.  En, ongezien in die tijd, het leek wel ondertiteld.  Het was de clip van Everybody Hurts.  Ik kende R.E.M. al van naam door rondslingerende CD’s van hun albums “Automatic for the People” en “Out of Time” in het klaslokaal, maar verder zei die groep me helemaal niets.  Ik raakte gefascineerd en bleef verder kijken tot de clip opnieuw tevoorschijn kwam (in tussentijd kreeg ik een korte cursus “muziek uit het begin van de jaren ’90″ erbovenop).  Het begon me te dagen dat sommige regels wel degelijk overeenkwamen met de klanken die ik hoorde, maar bij andere klopte er schijnbaar dan weer geen jota van.  En dat frustreerde.  Niet veel later vroeg ik dan ook aan die ene bijzondere vriend of hij de tekst niet eens wou opschrijven voor mij.  Hij heeft dat gedaan, en ik zette me opnieuw voor de televisie (mijn CD-collectie was op dat moment beperkt tot Tien om te Zien Deel 3 en 4.  Of iets even macabers, dus moest ik wel wachten op de TV).

Ik werd geraakt zoals ik niet wist dat muziek iemand kon raken.  En het ging over mij.  Die tekst, samen met die melodieën die ik na enkele keren beluisteren steeds beter kon vatten, haalde me helemaal ondersteboven.  De eerste regels trokken me al mee, en het bleef maar duren.

When the day is long. And the night,
the night is yours alone.
When you think you’ve had to much
of this life, well hang on.

Het was het prille begin van zoeken.  In pre-internet- en iPhone-tijden zat er niets anders op dan de CD te gaan kopen met de zuurverdiende spaarcenten, nadien naar de bibliotheek te trekken in de hoop er de teksten aan te treffen in de videotheek. Wat meestal niet het geval was.  Het bleef frustreren, en al gauw bloedde de liefde een beetje dood (want R.E.M. stak toentertijd geen songteksten bij hun CD, tot mijn grote onbegrip). Ik hield me toen maar bezig met de andere muziek te ontdekken (want mijn interesse in wat muziek kon doen was toen wél gewekt), wat een chaotische bedoening werd van liedjesteksten zoeken in de map van mijn gitaarspelende vader of in de bibliotheek – afdeling songboeken, ze te lezen en al dan niet goed te keuren, om pas daarna de bijhorende muziek te gaan zoeken in de bakken van de uitleendienst van de Mechelse bibliotheek.  Volgens mij een heel rare manier van muziek leren kennen, en het gevolg was dan ook een totaal ongestructureerde geschiedenis van de muziek, gaande van Aretha Franklin, Otis Redding, the Sax Recordings, Neil Diamond (Jonathan Livingston Seagull!) over de Eagles, Crowded House, Boudewijn de Groot en Bob Dylan tot helemaal bij ABBA (nog altijd is Super Trouper mijn ga-uit-de-bol-nummer) .  En ik bleef kijken in de bakken of de teksten van R.E.M. al beschikbaar waren. Quid non.

Dan maar naar de universiteit, waar die R.E.M.-interesse in de computerzaal van de faculteit Wetenschappen opnieuw begon op te bloeien.  In die zaal was het nieuwe interwebspeeltje dat algauw de wereld zou veroveren zomaar vrij te betreden.  En via de toenmalige summiere zoekmachine had ik in een mum van tijd de teksten gevonden.  Van alle CD’s die tot dan toe uitgekomen waren. Onnodig om te zeggen dat ik toen toch een paar lessen gebrosd heb.  ”Losing My Religion” of “Cuyahoga” proberen te ontcijferen leek me stukken interessanter dan Differentiaalmeetkunde.  Het gaat te ver om te zeggen dat R.E.M. ervoor gezorgd heeft dat ik grandioos gebuisd was in mijn eerste jaar Natuurkunde aan de unief, maar dat het me meer van de cursussen heeft weggehouden dan gezond was, staat buiten kijf.  En ik wou ze zien.

Mijn wens werd verhoord toen Michael, Peter, Mike en Bill neerstreken op Torhout-Werchter in het kader van hun Monster-tournee.  Ik stond veel te ver achterin (want wou ook The Cranberries zien. Zombie, weetuwel, dat liedje dat ondertussen als oorwurm in de plooien van de geschiedenis verdwenen is), had geen idee wat ze speelden (want was de vrienden met wie ik gegaan was in de massa kwijtgeraakt. En het was überhaupt veel te donker om te kunnen zien wat ze zeiden daar in het midden van de wei.  Next times should be better. And they were. ’99 (de gietende regen! de continue bliksem! de extra lange setlist! Mike en Michael die de regen ook opzochten!) was al beter wegens dichterbij en vrienden in de buurt die heel wat liedjes kenden, en de daaropvolgende vijf concerten ben ik op voorhand met de nodige dosis lef (en ook dankzij het lef van een vriend, die eerste keer in Amsterdam) aan de setlists geraakt voor de start van het optreden.  Onnodig te zeggen dat het heerlijke ervaringen waren, met alle teksten op voorhand thuis uitgeprint en op volgorde in een map gestoken, kwestie van zeker het hele concert méé te hebben.  Klinkt angstaanjagend, nee?

Het deed me dan ook pijn te merken dat de grote massa niet meer volgde.  Sommige CD’s waren maar matig, oké (remember Reveal), maar welke groep had nu geen uitschuivers?  Mijn missioneringsdrang nam waarschijnlijk bij momenten onrustwekkende proporties aan (als mensen na zoveel jaar op facebook zeggen dat het eerste waar ze aan dachten toen ze hoorden dat R.E.M. ermee opgehouden was, bibi was, dan is dat wel even slikken), maar het was sterker dan mezelf.  Ik kende (en ken nog steeds) geen enkele band die zulke mooie melodieën en teksten met elkaar in harmonie kan brengen.  Enfin, de wereld volgde misschien niet meer, maar voor mij bleven ze dé band.  Dat nam echter niet weg dat de melodieën de stemmen soms flink in de weg stonden.  Schitterende melodieën als Flowers of Guatemala en Me in Honey bleven (wegens ook nooit live gespeeld als ik erbij was) voor mij een prachtige melodie zonder tekst, tot YouTube aan de beurt was om het internet te veroveren.  Amateur- en professionele opnames van optredens in HongKong of Milaan lieten me toe om voor het eerst ook deze laatste missing links in hun oeuvre in te vullen.  De cirkel was rond.

En vorige week heeft R.E.M. beslist dat ook voor hen de cirkel rond is.  Het ga hen goed. Bedankt.

2 reacties

Opgeslagen onder muziek

Nieuw leven

Binnenkort zal het weer zover zijn, en is het gezinnetje hier ten huize een klein meisje rijker.  Vier vrouwen (don’t forget the dog!), ben eens benieuwd wat dat gaat geven.

En dat na een verhuis. Naar Limburg, godbetert.  En met het vooruitzicht op een nieuwe job die start in november.  En wel hier.

 

En vanbinnen ziet het er zo uit.  En de collega’s die ik heb ontmoet, zijn al meer dan dik oké.

Geef toe, ik had het erger kunnen treffen met mijn nieuwe leven. Hoera!

Geef een reactie

Opgeslagen onder M'n job(s)

R.E.M. calls it a day. Damn.

Na 31 jaar en 15 albums, stopt de groep waarmee mijn muzikale opvoeding een aanvang nam, met R.E.M. te zijn.  Later schrijf ik misschien nog wel één of ander in memoriam, maar nu zou ik niet weten hoe ik mezelf moet uitdrukken. Sta me toe nog even te willen bekomen.  Toen ik het nieuws gisteren vernam, begon mijn hoofd zich te vullen met alle melodieën en teksten die de voorbije jaren zoveel voor mij betekend hebben.  Hierbij een poging tot Top-15. Dames en heren, ziehier mijn eigen persoonlijke liedjeshitparade.   Enjoy.

15. Parakeet (uit Up)

14. Electrolite (uit New Adventures in Hi-Fi)

13.  Disturbance at the Heron House (uit Document)

12.  Cuyahoga (uit Life’s Rich Pageant)

11. Living Well is the Best Revenge (uit Accelerate)

10.  Begin the Begin (uit Life’s Rich Pageant)

9.  Me in Honey (uit Out of Time)

8.  Sitting Still (uit Murmur)

7.  Überlin (uit Collapse into Now)

6.  Electron Blue (uit Around the Sun)

5. King of Birds (uit Document)

4. Losing My Religion (uit Out of Time)

3.  So. Central Rain (uit Murmur)

2. World Leader Pretend (uit Green)

1.  Nightswimming (uit Automatic for the People)

En, voor sommigen onder ons: hetzelfde liedje, maar in ASL.  Enjoy!

Geef een reactie

Opgeslagen onder muziek

Roosje

Ook met verbazing naar de heisa gekeken rond een reportage van de RTBF over Marie-Rose Morel?  Voor wie niet op de hoogte is: klik hier.  De RTBF wordt verweten op een partijdige en mensonwaardige manier gekeken te hebben naar de begrafenis van mevr. Morel, ex-Vlaams Belangpolitica en onlangs overleden aan kanker en voorbije zaterdag begraven in de Antwerpse kathedraal.  Enfin, begraven, een begrafenismis gekregen.

Ik moest er toch even over nadenken.  De voorbije maanden, toen duidelijk werd dat Marie-Rose Morel de strijd tegen de voortwoekerende kanker definitief verloren had (de hoop op een medisch mirakel niet te na gesproken), leek het land zich voor te bereiden op een rouwfase: roddelboekje na kwaliteitskrant besprak de moedige strijd van “Roosje” en haar politieke verleden deed ineens niet meer ter zake.  Diezelfde media hebben haar echter ook jarenlang duidelijk benaderd vanuit haar extreem-rechtse sympathieën.  We moeten een kat een kat noemen: mevrouw Morel wàs xenofoob.  Het feit dat ze jarenlang binnen de partij, tot in de hoogste organen, functioneerde, bewijst dat voldoende.  Ze had behoorlijk rechtse ideeën.  En voor het verhaal van de kanker de buitenwereld bereikte (in twee delen zelfs, toen bleek dat het venijn zich tijdens de eerste behandeling kranig had geweerd) plaatste ik Morel evengoed waar ik met velen vond dat ze thuishoorde: ergens achterin in mijn geheugen, geklasseerd bij “niet geschikt om op te stemmen”.

En toen had het beest haar te pakken en bleek heel duidelijk voor ons, Vlamingen, de uiteindelijke relativiteit van het politieke bestaan: het is een méns, verdorie. Weliswaar één met volgens mij weerzinwekkende ideeën, maar de dood is een categorie waar weinig tegenop kan.  We leefden dus allemaal een beetje mee bij het lezen over haar lijdensweg en de strijd om haar kinderen.  En zelfs Frank Vanhecke, nota bene de voorzitter die het Vlaams Belang geleid heeft tijdens haar hardste, meest extreem-rechtse campagnes (de bokshandschoenen, iemand?)… zelfs hij wordt opeens, behalve politicus, een mens.  En met mensen die lijden kan men meestal niet anders dan meeleven.

En dat is meteen ook de reden waarom er zoveel heisa is rond de RTBF-reportage.  En het illustreert eigenlijk ook hoe ver onze leefwereld afstaat van die van onze franstalige landgenoten.  Want zij hebben in hun boekskes en kranten geen aandacht aan haar niet-politieke leven besteed. Dat doen wij zelf ook amper bij de franstalige politici.  Ik heb nog nooit het interieur van een Waalse politicus vanbinnen gezien (remember Rik Daems met zijn protserige villa) of een gedetailleerde niet-politieke levensgeschiedenis onder ogen gekregen over deze of gene gestorvene politicus bezuiden de taalgrens.  Wel een korte politieke biografie, af en toe ook wat beelden op TV als het een héél belangrijke meneer of mevrouw was.  Maar of ze aan kanker dan wel aan ouderdom of verveling gestorven zijn, en of ze een zware vechtscheiding of een prinselijk leven achter de rug hebben… vaak maar enkele lijntjes in de marge waard in onze kranten (en al helemaal niet in onze boekskes die bol staan van bleke artiesten en hun persoonlijke miserie of geluk).

We maken ons dus eigenlijk druk om iets dat niet te vermijden valt, in een bijzonder land met twee culturen die elkaar gewoon niet meer willen leren kennen.  Wie leest hier de Paris-Match?  La Dernière Heure? Kijkt wel eens naar Le Journal of zelfs maar naar le Week End Sportif op de RTBF?  Mag ik denken dat het een minderheid van jullie betreft?  Vanuit hun standpunt,maakt het privéleven van Marie-Rose Morel dus maar weinig uit, voor hen gaat het om de politica.  En op dat vlak waren ze denk ik best wel correct, behalve dan wat het verzwijgen/vergeten betreft van het feit dat ze in onmin leefde met de huidige partijtop.

Je zou eventueel wel kunnen aankaarten dat die reporters beter hadden moeten weten: zij worden geacht wél de media van het andere landsgedeelte uit te pluizen om op de hoogte te blijven van relevant nieuws.  Dat is dan wel waar, maar ze geven daarvan maar héél weinig door aan hun eigen publiek, waarschijnlijk grotendeels door economische motieven: de persoonlijke wedervarens van onze franstalige landgenoten interesseert ons te weinig, en verkoopt dus niet.  Of niet genoeg.  En ook reporters moeten naar hun broodheren luisteren.

En voor wie hieruit wil afleiden dat het daarom maar beter is dat we splitsen: deze discussie staat daar volledig los van (landen genoeg waar het samenleven van verschillende taalgroepen en culturen wel lukt. Zie Zwitserland).

Geef een reactie

Opgeslagen onder Filosofische overpeinzingen, Politiek